Ik kijk veel naar de grond wanneer ik loop. Ik heb een passie voor motieven van vloerbedekkingen, ik fotografeer ze graag. Ook de stoep is een interessant vloerbedekking om naar te kijken. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik in de jaren tachtig naar school wandelde en altijd bezig was met hoeveel stoeptegels ik in één stap moest nemen. Een dwangmatig trekje dat ik gelukkig ergens de afgelopen twintig jaar ben kwijtgeraakt. Neemt niet weg dat ik nog graag kijk naar de stoep, de putdeksels die er tussen liggen, de typen steen die voor stoepranden gebruikt worden. In de VS ben ik gecharmeerd geraakt van de gekleurde stoepranden. Een blauwe stoeprand betekent parkeren voor invaliden, een rode stoeprand: niet parkeren, en een gele stoeprand: dan sta je goed. Een helder systeem.
In de Roerstraat in Amsterdam ben ik me gaan verbazen hoe in een deel van de stoep de putjes van de bluskranen voor de brandweer tussen de tegels verwerkt zijn. Als rozetten heeft de stratenmaker de omliggende tegels verzaagd om de kleine putjes in het dwingende grid van de stoep te krijgen. Waarom niet een rechthoekig stukje uit een paar tegels gefreesd? Onder een hoek anders dan 90 graden is het moeilijk zagen, vandaar de verstekbak. Waarom dan toch die moeite gedaan om een mooi sluitend geheel te creëren waarin het lijkt alsof het ijzeren putje straalt?
Het linker deel van de afbeelding hiernaast toont tussen beide afgebeelde mannen het topje van een mutsje met ingebreid Louis Vuitton logo. Het behoort toe aan een zwerver die daar onderuitgezakt op een metrobankje zit. De rechterkant van de afbeelding toont een Aziatisch uitziende vrouw, die op gelijke hoogte als de zwerver zit, maar aan de andere kant van het gangpad. Zij heeft verschillende glimmende objecten aan of bij zich, kijkt op haar iPhone, en draagt een tas mee van het merk Louis Vuitton. De vrouw, naar ik meen af te lezen van haar uiterlijk, kleedt zich met zorgvuldig gekozen accessoires om een bepaalde indruk van haar status af te geven. Met andere woorden, volgens mij wil ze middels de glitters, iPhone, gepoetste schoenen en de merktas laten zien dat ze niet de armste is.
Maar wat nu als de armsten ook in staat zijn zich te tooien in als prijzig bekendstaande spullen van het merk Louis Vuitton, zoals de zwerver doet? Als Louis Vuitton niet meer onderscheidend is ben je toch mooi in de aap gelogeerd, als middenklasse dame die haar rijkdom graag tonen wil. Het onderscheid is uitgewist, men is helaas weer gelijk aan elkaar. Tja daar zit je dan... Moet je je toch eens bezinnen op je accessoires: wat is de nieuwe (nog net) betaalbare onderscheidende factor tussen mij en mijn metro-buurman? Ze lijkt het niet op te merken; ze is te druk bezig haar sociale netwerk bij te houden via de iPhone.
Elf jaar geleden organiseerde Galeria Zacheta te Warschau een tentoonstelling met werken van Mondriaan, Bacon en Malevich. Er waren geen topstukken, de tentoonstelling bestond uit mediocre werken geleend van West-Europese musea. Als uitwisselingsstudent aan de kunstacademie van Poznan toog ik met medestudenten naar Warschau. Via via had een medestudent geregeld dat we door de medewerkersingang naar binnen mochten. Waarom via deze ingang het museum in? Omdat er buiten voor de hoofdingang, in de kou, een tientallen meters lange rij bezoekers stond te wachten. Ik herriner me dat ik stomverbaasd stond te kijken naar deze voor mij ongekende aanblik. Ik realiseerde me dat ik verwend was met de rijke keuze aan musea met moderne kunst in Nederland. Deze luxe was de inwoners van Polen niet gegund. Jarenlange politiek gekeurde en gekleurde kunst had de honger naar deze verbeelding in de Polen blijkbaar juist aangewakkerd.
In de jaren dat het Stedelijk Museum Amsterdam gesloten was, kreeg ik eenzelfde honger, honger naar op de trap te staan waar Gilbert en George eens een sculptuur presenteerden, honger naar de hoge plafonds, de witte muren, de Malevichen, honger naar de mogelijkheid op 't fietsje te stappen en even een shot verbeelding te halen. De beoordeling van The Temporary Stedelijk 2 moet daarom gedaan worden vanuit een heel ander perspectief, met andere verwachtingen, dan Sacha Bronwasser deed in de kunstbijlage van vrijdag 4 maart jl. Ik vind dat het wat gefragementeerde aanbod juist een tractatie is op een breed scala aan artistieke visies. Die ene klimaatzaal is een tipje van de sluier, een opmaat voor wat komen gaat als de nieuwbouw gereed is. De kwaliteit van de tentoonstelling 'TV as…' is vele malen hoger dan wat een gemiddeld provinciaal museum neerzet. Ik kon niet anders dan volschieten bij de aanblik van acht verdomd goede schilderijen van Malevich, met de herinnering aan Warschau in het achterhoofd. Ik ben uitermate tevreden over de aangeboden verbeelding van een museum dat middenin een verbouwing zit en ik wil dan ook iedereen aanmoedigen in de rij te gaan staan om onze artistieke rijkdommen te gaan bekijken.
Toen ik twaalf, dertien jaar was, verzamelde ik Coca-Cola blikjes en andere Coca-Cola parafernalia. De foto hiernaast is ongeveer een vijfde van wat ik bezit, de rest zit nog in dozen. Al jaren stonden die bij mijn ouders op zolder, maar ze wilden er van af. Ik wil het niet zomaar weggooien en daarom heb ik deze foto gemaakt om te kijken of ik via Marktplaats mijn verzameling nog kwijt kan; vooralsnog zonder succes.
Ik heb niet meer naar die verzameling gekeken sinds ik de colablikjes heb ingepakt. Dit is de eerste keer sinds bijna twintig jaar dat ik ze weer zie en ik begrijp meteen mijn liefde voor Pop Art! De kiem voor die liefde is al gelegd bij het verzamelen van Coca-Cola blikjes. Hoewel ik regelmatig naar musea werd meegesleept, had ik destijds nog geen zelfgekozen interesse in beeldende kunst. Ik vond dit veel leuker! Het vroegste blikje heeft als houdbaarheidsdatum november 1988 op de onderkant staan, de laatste december 1994. Als ik terugdenk aan de esthetiek van die periode moet ik vooral denken aan in felle kleuren bedrukte Cool Cat truien en T-shirts met gele smilies; ronduit verschikkelijk. Die esthetiek zal vast in aangepaste vorm eens een revival genieten, maar zal vooral geschiedenis blijven. Het Coca-Cola logo en ervan afgeleid grafisch design is echter tijdloos. De posters op de kwartetkaarten op de voorgrond zijn duidelijk ontworpen in de eerste helft van de 20ste eeuw, en representeren vast het toenmalig heersende schoonheidsideaal, maar tonen wel aan dat het beeldmerk Coca-Cola in ieder geval niet aan devaluatie onderhevig is.
En dat werd afgelopen week andermaal bewezen toen ik een nieuw mini-blikje Coca-Cola Zero cafeine vrij onder ogen kreeg. Mooi diep zwart van kleur, met gouden letters en in rood het logo.
In wat voor paus Julius II zijn bibliotheek was maakte Raphael op verzoek een wandschildering bekend onder de titel de Atheense School. Het is een fantastisch fresco met een perfect perspectief waarop vele Griekse filosofen afgebeeld zijn, dat net even te hoog hangt om er echt goed naar te kunnen kijken.
De exorbitante luxe van de steenrijke pausen verbaasde me toen ik door het Vaticaanmuseum drentelde. Eeuwenlang was niets ze te dol als het gaat om decoratie en verbeelding. Wat me daarnaast opviel is dat de Katholieke kerk tegenwoordig duidelijk geen belangrijke rol meer speelt in het creeren van bijzondere beeldende kunst. Ik zou me kunnen voorstellen dat Jeff Koons een gouden kalf maakt voor de huidige paus, die het dan op één van de patios van het museum plaatst. Toch denk ik dat Ratzinger daar te weinig ironie voor heeft. Of laat Damien Hirst zijn schedel tentoonstellen in de Sixtijnse Kapel. Of nee, ik ben een groot voorstander van Murakami in Versailles, en in Rome ken ik zo nog wel een locatie waar zijn werk niet zou misstaan! 't Zal er wel niet van komen. Niet dat het Vaticaanmuseum saai is, integendeel, ik kijk er mijn ogen uit. Maar ik mis er iets; ik zie er geen verband met de huidige maatschappij. Of althans, misschien wel een poging daartoe, maar dan wel een falende. Dat maakt het Vaticaan voor mij een museum: conservatie van een historische collectie.